GEBEDSDIENST
DONDERDAG 08 januari 2026
“Het Joodse volk blijft de levende wortel van het christelijk geloof. Wij willen deze
verbondenheid tot uitdrukking brengen door elke eerste donderdag van de maand voor
de leden van het Joodse volk te bidden. Wij geloven dat deze intentie een bron van zegen is op onze weg naar eenheid tussen de kerken”.
Meditatietekst
VAYISCHLAH over Genesis 32:4–36:43
Parasja (wekelijkse Thora-perikoop) van Jedidjah Robberechts voor de sabbat van 5-6 december 2025, j in de joodse Massorti-gemeenschap van Marseille
Sinds de geboorte van Jozef weet Jacob stand te houden, hij wijkt niet meer. En eerder dan het veld van zijn broeder binnen te dringen – wat Abel had gedaan en wat slecht was afgelopen – stuurt hij hem berichten en boodschappers om een geschikt moment te vinden voor een ontmoeting.
Maar Esau antwoordt met een afwijzing: hij wil strijden en komt met 400 man om Jacob te vermoorden. Het is de onvermijdelijke geschiedenis van het geweld die zich opnieuw zal afspelen, Kaïn die opnieuw Abel zal doden, een nieuwe Shoah… Wat doet Jakob? Hij vreest om gedood te worden én hij vreest om te moeten doden (Genesis 32:8, volgens Rashi). Zijn eerste reactie is dan ook dat hij zich voorbereidt
op een onvermijdelijke oorlog door zijn leger in tweeën te splitsen: op die manier kan tenminste een deel ontkomen.
Maar hij kan zich niet tevreden stellen met deze instinctieve reactie, waarmee hij de logica van het geweld accepteert die zijn broer hem oplegt. Hij begint dan te bidden, dat wil zeggen op zoek te gaan naar een andere uitweg uit een situatie die zonder uitweg lijkt te zijn.
Misschien is bidden wel dit: niet op zoek zijn naar een onmiddellijk resultaat, naar een automatische oplossing voor al onze problemen, in de verwachting dat God al onze wensen zal vervullen.
Bidden is tot het uiterste gaan, en als je aan het eind van je krachten bent, om dan jezelf open te stellen voor iets dat je kracht overstijgt. Bidden is je grenzen erkennen, beseffen dat het belangrijkste ons ontsnapt en ons niet toebehoort, en je openstellen voor datgene wat verder gaat dan jezelf en van je
vraagt dat je jezelf overtreft in een actie die je niet had voorzien en zelfs niet voor mogelijk had gehouden. Dat is wat er met Jacob gebeurt: nog maar net heft hij zijn gebed beëindigd en –
blijkbaar dankzij dat gebed– ontdekt hij een derde mogelijkheid: hij gaat de voorspelling die ooit aan zijn moeder was aangekondigd – “de oudste zal de jongste dienen” – herinterpreteren. Want in het Hebreeuws is de zin zo gebouwd dat je er ook het tegenovergestelde in kan verstaan : “de jongste zal de oudste dienen”! in het gebed, waardoor hij tot aan het einde van zijn krachten is geraakt, wordt een
ruimte geopend van wat mogelijk is: door ànders te gaan verstaan wat tot nu toe een beslissing van het noodlot leek te zijn en door die om te keren, ontstaat een nieuwe ruimte van mogelijke actie, dienstbaarheid en verantwoordelijkheid die het noodlot omkeert. En dat is wat hij gaat doen: hij stuurt een offer naar Esau, vergezeld van een enscenering om zijn broer te paaien voordat ze elkaar ontmoeten. Daarmee vindt hij het theater en de diplomatie uit.
Maar op een dieper niveau zal hij het ritueel dat normaal gesproken naar God gericht is (minchah-offer, kaparah-vergeving, laset panaav-het gelaat opheffen…) gebruiken om het naar zijn broer te richten, en dat zal lukken! Waarom? Omdat hij het gezicht van zijn broer heeft gezien zoals men het gezicht van God ziet (Genesis 33:10).
Is dat niet wat ethiek is? En is het doel van gebed niet om ons open te stellen voor ethiek, welke ons in staat stelt om dat te bedenken voorbij geweld en zijn onontkoombaar noodlot? We moeten dus op een nieuwe manier leren bidden – en verstaan – om opnieuw wegen naar vrede te vinden.
Mogelijke Schriftlezingen :
Sjema Israël: Deut 6,4-9
Abrams roeping: Gn 12,1- 4
Ik ben Die is: Ex 3:13-15
Zegen: Num 6,22- 2
eerste geloofsbelijdenis: Deut 26,5- 9
Het eerste gebod: Mc 12:28-34
Het geloof van Abraham: Heb 11:8-12
De erfenis van het volk Israël: Rm 9,1-
Voorbeden
(en aan te passen aan de plaats)
A. Amen, amen, gezegend de God van Israël!
Of een ander refrein.
1. Altijd liefhebbende Vader, God van Abraham, Izaäk en Jacob,
u die rouwde om het geweld tussen Kaïn en Abel,
we bidden voor vrede in het Midden – Oosten,
we bidden U voor alle volken die wonen op dit land
dat Gij hebt uitverkoren om ons te vervoegen in ons mens-zijn.
2. Altijd liefhebbende Vader, God van Abraham, Izaäk en Jacob,
U die verzoening tussen Jozef en zijn broers mogelijk maakte:
voor alle minachting ten aanzien van uw volk Israël, vergeef ons.
( stilte )
We bidden U, Vader, dat broederlijkheid mag groeien
tussen het Joodse volk en de volkeren.
3. Altijd liefhebbende Vader, God van Abraham, Izaäk en Jacob,
u die Israël uit Egypte hebt geleid en bevrijd,
geef uw vreugde aan het Joodse volk
en bewaar hen in trouw aan uw verbond.
4. Altijd liefhebbende Vader, God van Abraham, Izaäk en Jacob,
U die de twaalf stammen van Israël verenigde rond de Thora,
geef vrede aan de Joodse mensen die in Jezus geloven.
5. Altijd liefhebbende Vader, God van Abraham, Izaäk en Jacob,
U die uw Zoon Jezus stuurde om ons te redden,
laat uw zegen rusten over de christenen van joodse afkomst.
6. Altijd liefhebbende Vader, God van Abraham, Izaäk en Jacob,
Vader van Jezus Christus,
breng in eenheid alle christelijke kerken samen.
7. Altijd liefhebbende Vader, God van Abraham, Izaäk en Jacob,
U gaf het Joodse volk de belofte van de komst van de Messias,
U gaf de kerk de verwachting van de terugkeer van uw Zoon.
In de heilige Geest zeggen we tesamen met de hele Kerk: “Maranatha, kom o Heer! “
Gebed
Eeuwige en almachtige God
Luister naar het gebed van uw Kerk.
U die Abraham en zijn nakomelingen hebt uitverkoren
om hen tot kinderen van uw belofte te maken,
leidt het eerste volk van het verbond
tot de volheid van verlossing.
Laat de naties van de aarde
genadig verwelkomd worden in Abrahams familie,
en dat de hele schepping vreugdevol mag binnentreden in uw rijk van vrede.
Door Jezus Christus, onze Heer. Amen.